Jan Bernd Bicker

JJBB FBan Bernd Bicker (1746-1812) is een van die belangrijke figuren uit de Nederlandse geschiedenis van wie bijna niemand gehoord heeft. Toch kan hij tot de grondleggers van de democratie in Nederland gerekend worden. Ik werk aan een boek over het leven van deze vooraanstaande Amsterdammer, die zijn positie, zijn familie en zijn thuis op het spel zette in de strijd voor een meer rechtvaardige samenleving.

 

Bickers verhaal
Op 15 oktober 1787 ontvluchtte Jan Bernd Bicker samen met zijn goede vriend Balthasar Elias Abbema Amsterdam. Terwijl overal gevochten en geplunderd werd in de door burgeroorlog verscheurde Nederlandse Republiek, vertrok hij verborgen in de roef van een trekschuit ’s morgens in alle vroegte richting Rotterdam, waar hij nipt aan plunderaars en spionnen wist te ontkomen om de gevaarlijke tocht naar Antwerpen, en verder naar Brussel, te ondernemen. Zijn vrouw, Catharina Six, en negen kinderen volgden een maand later. In de Nederlandse Republiek waren Bicker en zijn gezin niet meer veilig.

Dat terwijl Jan Bernd Bicker niet lang daarvoor nog een gerespecteerd jurist en stadsbestuurder was, een telg uit een van de voornaamste en rijkste families van Amsterdam. Hoewel hij zelf zijn loopbaan begonnen was dankzij het systeem van nepotisme binnen de elitaire regentenklasse – zelfs met hulp van de stadhouder, de prins van Oranje, persoonlijk – was hij een van de voormannen geworden van de zogeheten patriotten, die zich inzetten voor democratische hervormingen en zich tegen het beleid van diezelfde stadhouder hadden gekeerd. In een heuse maar vrijwel geweldloze revolutie hadden de patriotten in april 1787, twee jaar voor de Franse Revolutie nog, de macht in het Amsterdamse stadsbestuur overgenomen. De stadhouder sloeg echter terug, met militaire steun vanuit Pruisen, en op 10 oktober zag patriots Amsterdam zich gedwongen zich over te geven. Bicker behoorde tot de eerste regenten die moesten vertrekken.

Als banneling trok Jan Bernd Bicker daarna ruim zeven jaar lang met zijn grote gezin door het woelige Europa van de late achttiende eeuw. In Brussel maakte hij de opstand tegen het Habsburgse gezag mee, en toen hij daarop naar Frankrijk vluchtte kreeg hij daar te maken met het schrikbewind dat daar volgde op de revolutie. De kogels – uit snaphanen en kanonnen – vlogen hem met enige regelmaat letterlijk om de oren. Zijn vrouw overleed in ballingschap. Toen hij ten slotte zijn toevlucht nam tot Zwitserland, bleken Bicker en zijn kinderen daar ongewenste politieke asielzoekers.

Nadat de revolutie in 1795 alsnog Nederland bereikt had, keerde Jan Bernd Bicker terug, om als volksvertegenwoordiger deel te gaan uitmaken van het allereerste gekozen Nederlandse parlement – dat van de Bataafse Republiek – en een bijdrage te leveren aan de eerste Nederlandse grondwet. Maar het was geen eind goed al goed. Na een staatsgreep door radicalere hervormers werd Bicker gearresteerd en gevangen gezet. De kansen keerden echter weer, en Jan Bernd Bicker kwam zelfs oog in oog met Napoleon. Hij moest uiteindelijk toezien hoe die Nederland inlijfde bij het Franse keizerrijk – nota bene een gevolg van de idealen waarvoor hij zoveel had opgeofferd. Jan Bernd Bicker stierf in december 1812 en maakte zo net niet meer mee dat Nederland weliswaar het juk van de Fransen afschudde, maar daarna een koninkrijk werd, met een Oranje op de troon – een zoon van de stadhouder die hij zo verafschuwd had.

Zijn belevenissen beschreef Jan Bernd Bicker in dagboeken en memoires, die bewaard worden in het Stadsarchief Amsterdam. Zij geven een intrigerend beeld van Bickers leven én van de revoluties die in de late achttiende eeuw door Europa en Amerika waarden – met als resultaat onder andere het begin van de Nederlandse staat zoals die nu is.

Het boek verschijnt in het najaar van 2018 bij Uitgeverij Van Oorschot en komt tot stand met steun van onder andere het H.J. Duyvisfonds en het project Historische Goudmijnen.