All posts tagged: Gedeeld cultureel erfgoed

Dirk Hartog in Australië

In 2016 is het vierhonderd jaar geleden dat de Amsterdamse schipper Dirk Hartog als eerste Europeaan aan land ging aan de westkust van Australië. In Het Parool vertel ik zijn verhaal. Het land dat hij gevonden had noemde Dirk Hartog naar zijn schip de Eendracht: Eendrachtsland. Onder die naam staat Australië op de oudste in Amsterdam verschenen kaarten van het land. Dirk Hartog liet een bord achter op een eiland voor de Australische kust. Het was een tinnen schotel die hij plat had laten slaan. ‘Op 25 oktober 1616 is het schip de Eendracht van Amsterdam hier aangekomen,’ stond erin gekrast. Het bord bevat daarmee de oudste geschreven tekst van Australië. Het eiland waar Dirk Hartog aan land ging, in Shark Bay in West-Australië, heet nog altijd Dirk Hartog Island. Het bord dat hij er achterliet bevindt zich tegenwoordig in het Rijksmuseum Amsterdam. Afbeelding: Caert van’t Landt van d’Eendracht, in 1627 in Amsterdam uitgegeven door Hessel Gerritsz (National Library of Australia)

Een Kalverstraat in India

Amsterdammer Hendrik van Reede werd in de late zeventiende eeuw verliefd op India. Ik schrijf deze maand over hem in Het Parool. Hendrik van Reede veroverde en bestuurde namens de Verenigde Oost-Indische Compagnie de lucratieve Indiase zuidwestkust. Hij raakte er zo onder de indruk van de rijke natuur dat hij een enorm botanisch werk over de streek publiceerde dat nog altijd als baanbrekend geldt. De stad Kochi, waar Hendrik van Reede gestationeerd was, is nog steeds de meest Nederlandse plek in India, met Hollandse huizen met luiken voor de ramen, voordeuren met een onder- en een bovendeur, en vaak met een bankje voor het huis. Ook het stratenpatroon herinnert er aan Nederland. In de zeventiende eeuw had Kochi een Herengracht en een Kalverstraat en sommige moderne straatnamen stammen nog rechtstreeks af van die van de oude Nederlandse straten: Princess Street van Prinsenstraat, Burgher Street van Burgerstraat, Lilly Street van Leliestraat. Net als in Amsterdam staan er in Kochi bomen langs de straten.

Admiraal van de tsaar

Dat Rusland een grootmacht kon worden, was mede te danken aan de Amsterdammer Cornelis Cruys, schrijf ik in Het Parool. Cornelis Cruys trok op verzoek van tsaar Peter de Grote in 1698 naar Rusland, waar hij leiding ging geven aan de bouw van de Russische vloot en de basis legde voor de Russische marine. Dankzij de bescherming van de vloot kon de tsaar zijn droomstad aan de Oostzeekust laten bouwen: Sint-Petersburg. Naar voorbeeld van Amsterdam, met grachten en al. Veel Russische scheepvaarttermen herinneren nog aan de Nederlandse invloed: werf, ankor, mast, sjtoerman, sjkiper, kabeltow.

Cazenove, Cazenovia en de slavernij

Op een wat wazige maar iconische foto uit 1850 poseren pioniers van de Amerikaanse anti-slavernijbeweging in een boomgaard in het dorp Cazenovia in de staat New York. Het plaatsje is genoemd naar de Amsterdammer Theophile Cazenove, die aan het eind van de achttiende eeuw naar de Verenigde Staten was gekomen en daar namens een groep Amsterdamse bankiers in land had geïnvesteerd. Ik kwam de foto tegen tijdens onderzoek voor een artikel in Het Parool. Lusteloze zwarte vrouwen Theophile Cazenove zelf was helemaal geen tegenstander van de slavernij. In een verslag dat hij bijhield van een reis door Pennsylvania en New Jersey in 1794 maakt hij regelmatig melding van de zwarte slaven die hij overal tegenkwam. Zelfs op de meest armzalige boerderijen zag hij nog wel één of twee lusteloze zwarte vrouwen werken, schreef hij, en vrijwel alle bedienden waren zwarte slaven. Tijdens een diner bij de welgestelde Nederlandse immigrant Lucas van Beverhoudt hadden een paar ‘kleine negertjes’ de taak op handen en voeten achter de negen katten van mevrouw Van Beverhoudt aan te kruipen en ze …

Amsterdammer in Amerika

In de eerste aflevering van ‘Amsterdam Elders’ na de zomerstop schrijf ik deze maand in Het Parool over de Amsterdammer Theophile Cazenove, die aan het eind van de achttiende eeuw naar de nieuwe Verenigde Staten trok om er namens Amsterdamse financiers in land te investeren. Cazenoves naam duikt er tegenwoordig nog overal op: zo zijn er plaatsen die Cazenovia heten in de staten New York en Wisconsin, bestaan er een Cazenovia Lake, een Cazenovia Creek en een Cazenovia Park, en is er een Cazenove Street in Boston.

Amsterdam en Israël

Veel ophef deze zomer over het Amsterdamse plan om een stedenband aan te gaan met Tel Aviv en Ramallah. De stedenband is van de baan, maar het bezoek van burgemeester Van der Laan aan Israël niet. In het kader van het project Historische Goudmijnen en in opdracht van het Bureau Internationale Betrekkingen van de gemeente Amsterdam deed ik onderzoek naar de historische band tussen Amsterdam en Israël. Van pelgrims die vanuit Amsterdam naar het Heilige Land trokken –  Carel Quina nam in 1671 een model van de Heilige Grafkerk als souvenir mee naar Amsterdam – en de bewondering die zionisten vanaf de negentiende eeuw voor de Amsterdamse filosoof Spinoza koesterden tot aan de publicist Jacob Israël de Haan, slachtoffer van de eerste politieke moord in Palestina, en de steenrijke filantroop Oscar van Leer, die al lang voor het begin van het vredesproces joden en Palestijnen nader tot elkaar probeerde te brengen – allebei Amsterdammers. En natuurlijk de Ajax-supporters die zich met Israël identificeren, en al die Hebreeuwse en Jiddische woorden in het Amsterdamse dialect, inclusief …

Amsterdams historische band met Marokko

Het tiende boekje in de reeks ‘Historische banden’ gaat over het gedeelde verleden van Amsterdam en Marokko. Over het handelsverdrag dat de Nederlandse Republiek in 1610 sloot met de Marokkaanse sultan: het eerste officiële verdrag tussen een Europees land en een niet-christelijke natie. En bijvoorbeeld over Michiel de Ruyters Marokkaanse avonturen, over Amsterdamse slaven in Marokko – slavin Maria ter Meetelen runde in de achttiende eeuw jarenlang een café in Meknès –, en kunstenaars die rond 1900 vanuit Amsterdam naar het schilderachtige Marokko trokken. Maar ook over Marokkaanse voetballers bij Ajax en over de recente samenwerking tussen Amsterdam en Marokko op sociaal-cultureel gebied. Ik schreef het boekje in het kader van het project Historische Goudmijnen, in opdracht van het Bureau Internationale Betrekkingen van de gemeente Amsterdam. Afbeelding: Het paleis van de sultan in Marrakech tijdens het bezoek van een Nederlands gezantschap op een prent van Adriaen Matham die in 1646 in Amsterdam verscheen (Rijksmuseum Amsterdam).

Apartheid uit Amsterdam

Amsterdam rekent tolerantie en vrijheid maar wat graag tot zijn exportproducten. Maar ook de architect van de Zuid-Afrikaanse apartheid werd in Amsterdam geboren: Hendrik Verwoerd. Ik schrijf erover in Het Parool, in de vierde aflevering van ‘Amsterdam Elders‘.

Berlage en de toeristen

H.P. Berlage reisde in 1923 naar Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Tijdens zijn reis kreeg de Amsterdamse architect veel bewondering voor de Indische cultuur, zo schrijf ik deze maand in Het Parool. Maar in een brief voor de krant Het Vaderland mopperde hij ook over de moderne, westerse invloeden die hij onderweg tegenkwam. En over de groeiende toeristenindustrie en de hordes Amerikanen. Zijn klacht klinkt eigenlijk heel modern. Amerikanen Allerlei reisbureaus maakten reclame voor Indië als “toeristland”. Ze probeerden de reiziger te verleiden tot een “trip through Sumatra”. Dat was een route van Medan langs het Tobameer naar Padang, of andersom. Het doel was vooral, zo vermoedde Berlage, “elk jaar een paar maal eenige honderden Amerikanen collectief op die ‘bevoorrechte’ streken los te laten”. Op Java gebeurde dat al volop. En het (toen) door westerse invloeden nog ongeschonden Bali zou zeker op het lijstje staan voor een volgend bezoek. Zo’n “vreedzame penetratie” was alleen met de auto mogelijk, schreef Berlage, “omdat ook voor den toerist time money is”. Bovendien was het natuurlijk niet de bedoeling van …

Titia na Deshima

Titia Bergsma, de eerste westerse vrouw in eeuwen die voet zette op Japanse bodem, was de inspiratiebron voor miljoenen afbeeldingen, schreef ik in Het Parool. Maar hoe ging het nou verder met Titia, nadat ze het eilandje Deshima zonder haar man had moeten verlaten? Een verhaal van rampspoed, uitterende ziekte en een zwanger kindermeisje. Tropische ziekte In december 1817 voer Titia de Baai van Nagasaki uit, met haar anderhalf jaar oude zoontje Jan en het kindermeisje Petronella, die in Japan in verwachting was geraakt – wie de vader was, zou voor altijd een geheim blijven. Het was een turbulente reis, met dichte mist waardoor het dagenlang donker bleef en een zware storm, waarin Titia haar bed afstond aan het zwangere kindermeisje terwijl ze zelf het noodweer uitzat op een kist. Na ruim een maand arriveerden ze in Batavia. Daar bleek Titia zonder haar man geen enkele status te hebben. Jantje en Petronella tobden er door de hitte met hun gezondheid, en Titia zelf kreeg een tropische ziekte. Ze vermoedde dat ze weer zwanger was. Leeggeroofd Het …