Geschiedenis

Misbruik aan boord

Ergens vroeg in 1686 kreeg de Nederlandse consul in de Marokkaanse havenstad Salé bezoek van een weesjongen uit Friesland. De jongen vertelde hem dat hij aan boord van een Amsterdams schip dat op Marokko voer misbruikt was door de schipper. Consul Joan Smits Heppendorp stuurde op 28 maart 1686 een brief over de zaak aan de Amsterdamse “heeren van den gereghte”. Die brief bevindt zich nu in het Stadsarchief Amsterdam. Ik kwam hem tegen tijdens onderzoek voor een boekje over de historische banden tussen Amsterdam en Marokko.

Sodomijtze sonden
De jongen kwam uit Makkum en was ongeveer vijftien jaar oud. Hij werkte als scheepsjongen. De schipper, ene Jacob Cameron, was een Zweed, maar hij voer op het Amsterdamse schip de Coning David. Op een dag had hij iedereen van boord gestuurd, de jongen bij zich achter in de kajuit geroepen en hem daar “aangegrepen, en tegens sijne wille met hem de affgrijselijckste enorme sodomijtze sonden gepleegt”. Toen de jongen wilde schreeuwen, hield de schipper een hand voor zijn mond. Als we ontdekt worden, gaan we er allebei aan, had hij gedreigd. De jongen durfde daarom niets te zeggen tegen de rest van de bemanning, zelfs niet toen het vaker gebeurde. Maar de andere bemanningsleden merkten wel dat hij er ziekelijk en bleek uit begon te zien en kregen achterdocht, ook al omdat de schipper de jongen vaak opvallend lang achter in de kajuit hield. Toen ze de jongen vroegen wat eraan schortte, kwam het hele verhaal eruit.

Onnozel weeskind
Consul Heppendorp verzocht het Amsterdamse gerecht om de schipper bij terugkomst in de stad op te pakken. De schipper had het “onnozele weeskind” dat aan hem was toevertrouwd immers een goede opvoeding en onderricht moeten geven, maar in plaats daarvan had hij hem schandelijk misbruikt. Als hij niet tijdig gestraft zou worden, zou hij zich vast en zeker ook vergrijpen aan andere kinderen die onder zijn hoede geplaatst zouden worden.

Homofobie
De brief van de consul verraste me. Dat seksueel misbruik van alle tijden is, dat begrijp ik natuurlijk wel. Dat de verontwaardiging daarover dat ook is, dat had ik blijkbaar niet verwacht. Ik kan trouwens niet ontkennen dat er ook nogal wat homofobie doorklinkt in Heppendorps brief, en xenofobie was de consul ook al niet vreemd: hij vermoedde dat de “vuijle godloose sonden” er bij de schipper waren ingesleten in Italië, waar hij jarenlang gevaren had.

Update:
Schipper Jacob Cameron werd niet opgepakt in Amsterdam; daar vonden ze namelijk dat de consul de kwestie best op eigen gezag kon afhandelen. De weesjongen werd geplaatst op een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

 

Afbeelding: detail uit de brief van Joan Smits Heppendorp van 28 maart 1686, in het Stadsarchief Amsterdam, archief 5027 (archief van Burgemeesters: diplomatieke missiven), inventarisnummer 244.

Advertenties