Geschiedenis

Cazenove, Cazenovia en de slavernij

Op een wat wazige maar iconische foto uit 1850 poseren pioniers van de Amerikaanse anti-slavernijbeweging in een boomgaard in het dorp Cazenovia in de staat New York. Het plaatsje is genoemd naar de Amsterdammer Theophile Cazenove, die aan het eind van de achttiende eeuw naar de Verenigde Staten was gekomen en daar namens een groep Amsterdamse bankiers in land had geïnvesteerd. Ik kwam de foto tegen tijdens onderzoek voor een artikel in Het Parool.

Lusteloze zwarte vrouwen
Theophile Cazenove zelf was helemaal geen tegenstander van de slavernij. In een verslag dat hij bijhield van een reis door Pennsylvania en New Jersey in 1794 maakt hij regelmatig melding van de zwarte slaven die hij overal tegenkwam. Zelfs op de meest armzalige boerderijen zag hij nog wel één of twee lusteloze zwarte vrouwen werken, schreef hij, en vrijwel alle bedienden waren zwarte slaven. Tijdens een diner bij de welgestelde Nederlandse immigrant Lucas van Beverhoudt hadden een paar ‘kleine negertjes’ de taak op handen en voeten achter de negen katten van mevrouw Van Beverhoudt aan te kruipen en ze naar buiten te brengen – onbegonnen werk, want één kat was nog niet buiten of er stonden er alweer een paar binnen met veel kabaal hun eten te eisen.

Beleefd
Tussen zijn aantekeningen over de prijzen van land en van appelcider noteerde Cazenove ook wat een slaaf zoal kostte, en hoe zo’n aankoop op de lange termijn voordelig uitpakte. Voor een goede, betrouwbare slaaf van tussen de achttien en 25 jaar betaalde je eenmalig honderd pond, oftewel 250 dollar; voor een vrouw zeventig pond. Een blanke landarbeider kostte je al gauw dertig tot veertig pond per jaar aan loon – en die moest je dan ook nog eens beleefd behandelen.

Losbandig
Van de vrije zwarten had Cazenove geen hoge dunk. Hij vond ze losbandig, lui en oneerlijk, en ze maakten voortdurend ruzie. Bovendien wisten ze hun vrijheid maar nauwelijks te benutten. Ze konden amper in hun levensonderhoud voorzien en bleven in ellendige hutten wonen, verbouwden een beetje maïs en hadden nog geen koe of paard. Eigenlijk waren ze slechter af dan toen ze nog slaven waren, vond Cazenove.

Protestbijeenkomst
En juist het naar Theophile Cazenove genoemde dorp Cazenovia groeide na 1830 uit tot een belangrijk centrum van de anti-slavernijbeweging. In augustus 1850 vond er een van de grootste protestbijeenkomsten van de tijd plaats, tegen een nieuwe wet die voorschreef dat weggelopen slaven opgepakt moesten worden en geretourneerd aan hun ‘eigenaren’, en die het helpen van ontsnapte slaven verbood – zelfs in de Amerikaanse staten waar de slavernij intussen was afgeschaft. Meer dan tweeduizend demonstranten kwamen er naar Cazenovia, onder wie een groot aantal voormalige slaven, en verschillende bekende burgerrechtenactivisten namen er het woord. De invloedrijke abolitionist Frederick Douglass bijvoorbeeld, zelf een ontsnapte slaaf. Hij is op de foto links te zien, met zijn elleboog op tafel. En de zussen Emily en Mary Edmonson, bevrijde slaven, die op de foto aan weerszijden staan van de witte sociaal hervormer Gerrit Smith.

Fotograaf
De foto – een daguerreotypie – werd gemaakt door de fotograaf van Cazenovia, Ezra Greenleaf Weld, wiens broer, Theodore Weld, een van de leiders in de strijd tegen slavernij was. Het is een van de belangrijkste beelden uit de vroege periode van de Amerikaanse fotografie.

 

Afbeelding: De ‘Fugitive Slave Law Convention’ in Cazenovia, op 22 augustus 1850, door Ezra Greenleaf Weld (J. Paul Getty Museum, Los Angeles).

Een vertaling van Theophile Cazenoves reisverslag uit 1794 is online te lezen.

Advertenties

1 reactie

  1. Pingback: Merkwaardig (week 39) | www.weyerman.nl

Reacties zijn gesloten.