Jan Bernd Bicker

Duitse Doortje

Er was een gat ontdekt in de muur van het Amsterdamse Spinhuis, het vrouwentuchthuis aan de Oudezijds Achterburgwal, noteerde Jan Bernd Bicker in januari 1773 in zijn dagboek. Het liep tegen het eind van Bickers eerste termijn als schepen, en in die functie behoorde de rechtspraak tot zijn taken. Het gat zat in de cel van de dievegge Judith van der Veght, maar al gauw was duidelijk dat zij het gemaakt had op instigatie van de beruchte moordenares Dorothea Borstelman, alias Duitse Doortje, die in de cel ernaast zat. De vrouwen hadden door het gat willen uitbreken, maar ze waren gesnapt.

Eigen tanden
De zaak van Duitse Doortje had zes jaar eerder veel stof doen opwaaien. Samen met haar minnaar had zij zijn vrouw vermoord. Doortje had Nathaniel Donker ontmoet toen ze als prostituee in Den Haag werkte. Ze was erg aantrekkelijk – mollig, met een dikke bos donkerbruin haar en al haar eigen tanden – en Nathaniel was meteen verliefd. Begin 1765 verliet hij zijn vrouw, Cecilia, om er met Doortje vandoor te gaan. Maar Cecilia bleef het stel achtervolgen, ruim anderhalf jaar lang. Doortje beraamde toen een plan om Cecilia uit de weg te ruimen.

Gewurgd
Nathaniel nodigde zijn vrouw in november 1766 uit om naar Amsterdam te komen. Cecilia hoopte op een verzoening en kwam meteen. Nathaniel nam haar eerst mee naar een herberg. De moord stond gepland voor maandag 1 december. Die dag bracht Nathaniel zijn vrouw naar een huurhuis aan het Damrak. Binnen zat Doortje verstopt. Nathaniel aarzelde nog. ‘Doe het!’ riep Doortje vanuit haar schuilplaats. Nathaniel kneep met allebei zijn handen Cecilia’s keel dicht. Ze viel op de grond. Doortje sprong boven op haar en hield haar stevig vast terwijl Nathaniel het leven uit haar kneep. Daarna stond Doortje op. Ze sloeg het lichaam nog een paar keer met een ijzeren staaf, om er zeker van te zijn dat Cecilia dood was.

Vermomd
Doortje kleedde het lichaam uit en trok zelf de jurk en de blauwe jas aan. Vermomd als Cecilia ging ze daarna samen met Nathaniel terug naar de herberg. Ze wilden het laten lijken alsof Cecilia uiteindelijk levend en wel teruggegaan was naar Den Haag.

Stukjes stof
Maar de moord werd al snel ontdekt en de twee werden opgepakt. Nathaniel bekende op de pijnbank alles, zelfs nog voordat de beul begonnen was de scheenschroeven aan te draaien, en werd ter dood veroordeeld. Hij vertelde dat hij de moord samen met Dorothea had gepleegd, dat het zelfs haar idee was geweest. Maar Doortje liet tijdens haar verhoor niets los, ook niet toen de scheenschroeven volledig aangedraaid waren of toen ze met gewichten aan haar tenen van de vloer werd gehesen en gegeseld. Zonder bekentenis mochten de schepenen haar niet de doodstraf geven. Daarom veroordeelden ze Dorothea Borstelman op 14 oktober 1767 tot vijftig jaar in het Spinhuis en daarna verbanning uit Amsterdam. Stukjes stof van de kleren van de vermoorde Cecilia werden als bewijsmateriaal bij het verslag van Doortjes verhoren in het confessieboek van de schepenen gevoegd.

Desperaat
Aan haar marteling had Dorothea een ‘lammigheid’ overgehouden, noteerde Bicker in zijn dagboek, en daarom was ze destijds apart gezet van de andere vrouwen. De schepenen waren bang dat ze anders zou gaan klagen dat ze mishandeld was, tegen de gevangenen én tegen de mensen die de gevangenen in het Spinhuis tegen betaling kwamen bekijken. Maar in januari 1773 was Dorothea helemaal hersteld en de schepenen hadden eigenlijk net besloten dat ze nu bij de andere vrouwen mocht, en ook dat ze in aanmerking kwam voor strafvermindering – allemaal om te voorkomen dat ze ‘desperaat’ zou worden, schreef Bicker – toen ze over haar ontsnappingspoging hoorden.

Uitbrander
De schepenen voegden daarom juist een jaar aan Dorothea’s straf toe, en bepaalden dat ze alsnog een jaar niet in aanmerking zou komen voor strafvermindering. Ook Judith van der Veght kreeg er een jaar bij. De bewakers van het Spinhuis kregen een uitbrander, omdat ze het gereedschap hadden laten rondslingeren waarmee Judith het gat had gemaakt en daarmee de vrouwen zo’n beetje hadden aangemoedigd om uit te breken.

 

Afbeelding: Stukjes stof van de kleding van de vermoorde Cecilia Klos, in het confessieboek met het verhoor van Dorothea Borstelman: Stadsarchief Amsterdam, archief van schout en schepenen, toegangsnummer 5061, inventarisnummer 426.

Jan Bernd Bicker schrijft over de ontsnappingspoging van Dorothea Borstelman en Judith van der Veght in zijn dagboek in het Stadsarchief Amsterdam, archief van de familie Bicker, toegangsnummer 195, inventarisnummer 152. Over de spectaculaire zaak van Dorothea Borstelman (ook wel Dorothea van Borstelman of Borsselman): Pieter C. Spierenburg, Written in blood. Fatal attraction in Enlightenment Amsterdam, Columbus 2004. De veroordeling van Dorothea Borstelman: Stadsarchief Amsterdam, archief van schout en schepenen, toegangsnummer 5061, inventarisnummer 427, p. 479.

Advertenties

1 reactie

  1. Pingback: Merkwaardig (week 46) | www.weyerman.nl

Reacties zijn gesloten.