Jan Bernd Bicker

Walgelijke grapjes

Margaretha Jacoba de Neufville ergert zich aan de zonen van Bicker

Margaretha de Neufville had zich die avond enorm geërgerd aan de zonen van Jan Bernd Bicker. Dat schreef ze op zaterdag 14 januari 1804 in haar dagboek. Ze had gedineerd bij de familie Willink, die een paar huizen verderop aan de Amsterdamse Herengracht woonde. De jonge Bickers waren er ook.

Jonge fat
De jongste zoon was door zijn vader naar zijn oudere broer in Amsterdam gestuurd, wist Margaretha, om bij hem te leren hoe je zakendeed. Hij vergezelde zijn broer overal en was daarom voortdurend getuige van diens flauwe en walgelijke grapjes: zijn ‘fades et dégoutantes plaisanteries’ schreef Margaretha in het Frans. En intussen begon hij die te imiteren. Toen een paar dames na het diner gingen musiceren – Margaretha zelf zong – viel ‘de jonge fat’ ze op allerlei manieren lastig. Dat kwam hem op behoorlijke berispingen te staan. Terecht, vond Margaretha.

Uitgesproken mening
Margaretha Jacoba de Neufville is de hoofdpersoon van mijn nieuwe project. Ze leefde van 1775 tot 1856 en was dus zelf van de leeftijd van de kinderen van Bicker. Tegenwoordig staat Margaretha de Neufville vooral bekend als de schrijfster van de allereerste Nederlandse historische roman: De schildknaap, uit 1829. Het verhaal van haar eigen leven leest soms ook als een roman. Margaretha’s jonge jaren werden getekend door een ongelukkige liefde. Daarna ging ze schrijven. Ook over de gebeurtenissen van haar eigen tijd. Ze wist heel veel – ze was gek op lezen en op leren – en ze was een vrouw met een mening: over de revolutie en over Napoleon (tégen!), over de afscheiding van België, of over de slavernij (afschaffen!). En over de zonen van Bicker had Margaretha dus ook een uitgesproken mening. Ik schrok er een beetje van, want ik was de Bickers zelf juist zo leuk gaan vinden.

Zeventien of achttien
Even hoopte ik nog dat ze het over hele andere Bickers had. Margaretha schatte de jongere Bicker zeventien of achttien jaar oud, en Jan Bernd junior was een paar maanden daarvoor al negentien geworden. Maar wat onderzoek wees uit dat er in die tijd geen andere Bickers van die leeftijd in Amsterdam rondliepen, in ieder geval niet in die kringen. Bovendien is het ook niet zo gek dat Bicker, die toen in Den Haag in de regering zat, zijn jongste zoon naar de oudste, Henric, in Amsterdam had gestuurd om te leren zakendoen. Henric was 26 en had zich met zijn gezin in Amsterdam gevestigd, waar hij aan een zakelijke en bestuurlijke carrière werkte.

Onuitstaanbaar
Toch vond Margaretha het wel rot voor de jonge Bicker, voegde ze er in haar dagboek nog aan toe. Want hij wilde natuurlijk gewoon leuk en onderhoudend zijn. En hij dacht dat hij dat het beste kon bereiken door zijn grote broer na te doen. Op zich geen verkeerde gedachte, constateerde ze, maar helaas vormde de oudere broer zo’n slecht voorbeeld dat de jongere nu al net zo onuitstaanbaar dreigde te worden. Ai.

 

Het dagboek van Margaretha Jacoba de Neufville uit 1804 wordt bewaard in het Stadsarchief Amsterdam: toegangsnummer 1478, inventarisnummer 2.

Advertenties