Margaretha Jacoba de Neufville

Een vatje haring

‘Met een vatje haring’, noteerde de schrijfster Margaretha Jacoba de Neufville onder de adressering van de brief die ze op 2 augustus 1831 in Amsterdam aan haar neefje David schreef. Het was de eerste dag van de Tiendaagse Veldtocht. Het Nederlandse leger trok op tegen de opstandige Belgen. En David zat in het leger.

Twaalf maanden
België was in augustus 1830 in opstand gekomen tegen de Nederlandse koning Willem I en had zich vervolgens onafhankelijk verklaard van Nederland, waar het sinds 1815 bij hoorde. Margaretha de Neufville, de hoofdpersoon van mijn nieuwe onderzoek, volgde de gebeurtenissen op de voet en zou er in 1832 zelfs een boekje over publiceren: Twaalf maanden uit de vaderlandsche geschiedenis, waarin ze de verwikkelingen tussen augustus 1830 en augustus 1831 verhaalt op basis van de berichtgeving in de kranten.

Muiters en helden
Margaretha de Neufville blijkt in haar boek een groot aanhanger van koning Willem I, de ‘deugdzame, altijd het goede beoogende vorst’ die, zo schrijft ze, van Nederland – en nota bene ook van België – weer een welvarend land had weten te maken. De Belgen, die de koning ‘versmaad’ en ‘verlaten’ hadden, typeert ze als muiters, de Nederlanders als helden: zij schaarden zich massaal achter hun vorst en meldden zich spontaan aan voor militaire dienst om de aangetaste eer van het vaderland te verdedigen. Onder hen waren ook veel studenten. Zoals haar negentienjarige neefje David, die met het diploma van het Amsterdamse Athenaeum Illustre op zak zijn rechtenstudie vervolgde aan de Universiteit Leiden.

Vaarwel
David Mattheus van Gelder de Neufville was, zo schreef Margaretha op de brief, flankeur: verkenner, aan de linkerflank van het eerste bataljon, eerste afdeling, van de mobiele Noord-Hollandse schutterij. Op 29 oktober 1830 was hij met de rest van de Amsterdamse vrijwilligers, toegejuicht door duizenden Amsterdammers, de Utrechtsepoort uit gemarcheerd richting Den Bosch. De Amsterdamse burgemeester Frederik van de Poll had de schutters bij de poort nog ‘een hartelijk en treffend vaarwel’ toegesproken, vertelt Margaretha de Neufville in haar boek. Ze noemt daarin stiekem zelfs haar neefje nog even, als ze beschrijft hoe de burgemeester behalve zijn eigen zoon ook de zoon van zijn enige zus met de manschappen zag vertrekken: de zus van burgemeester Van de Poll – ook een Margaretha – was getrouwd met Abraham de Neufville, de broer van Margaretha de Neufville, en was Davids moeder. David was sindsdien gestationeerd in Den Bosch, hoewel hij nog wel een paar keer met verlof naar Amsterdam was geweest. De verlofbriefjes zijn nog te vinden in zijn archief, in het Stadsarchief Amsterdam.

Vijftig haringen
Maar die zomer van 1831 – een ‘heerlijke zomer’ – miste Margaretha de Neufville haar neefje, schreef ze hem op 2 augustus, in de brief die ze begint met ‘Lieve Beste David!’ Ze wilde hem graag iets sturen ‘dat aangenaam kon zijn’, maar ze was bang dat vlees of fruit door het warme zomerweer zouden bederven. En van zijn vader, haar broer Abraham, had ze gehoord dat David niet van rookvlees hield, ‘anders zou ik u eene goede rib gezonden hebben’. In plaats daarvan stuurde ze hem nu vijftig haringen. Ze ondertekende de brief met ‘Uwe hartelijk liefhebbende tante’ en verstuurde hem de volgende dag ‘per diligence’. Met dat vaatje haring dus – en ook met honderd gulden van zijn vader, die nog een berichtje onder aan de brief gekrabbeld had: ‘Dag lief kind, God zij met u en beloone uwe vaderlandsliefde’.

Metalen kruis
Tijdens de Tiendaagse Veldtocht versloegen de Nederlanders de Belgen met gemak. Maar toen Franse troepen België te hulp schoten, trok het Nederlandse leger zich terug. België werd definitief onafhankelijk. Toch vierden de Nederlanders de veldtocht als een groot succes. David de Neufville keerde ongedeerd terug naar Amsterdam en feestte op 11 oktober 1831 met de andere teruggekeerde studenten. De tekst van hun speciale feestlied (‘Studentendrom! / Gij keert weêrom / Na ’t einde van den strijd’) wordt bewaard in Davids archief, net als de toekenning van het metalen kruis, de onderscheiding voor deelnemers aan de veldtocht. David bewaarde ook de brief van zijn tante, en nog een paar andere brieven van haar hand. Ze behoren nu tot de weinige brieven die van Margaretha de Neufville bekend zijn.

 

 

De brief van Margaretha Jacoba de Neufville aan haar neefje David wordt bewaard in het archief van de familie Van Gelder de Neufville in het Stadsarchief Amsterdam, toegangsnummer 1477, inventarisnummer 55. Andere stukken over Davids militaire dienst zitten in inventarisnummer 112. Het boekje van Margaretha de Neufville over de Belgische opstand is: Twaalf maanden uit de vaderlandsche geschiedenis, of Schets der groote gebeurtenissen in de Nederlanden, van half Augustus 1830 tot half Augustus 1831, Amsterdam 1832.

Advertenties