Geschiedenis, Jan Bernd Bicker

Matthijs Straalman was tegen

Op maandag 18 maart 1782 vergaderde de Amsterdamse raad over erkenning van de nieuwe Verenigde Staten van Amerika. Moest de Nederlandse Republiek gezant John Adams officieel ontvangen? Jan Bernd Bicker maakte aantekeningen. Alle aanwezige leden van de raad stemden vóór. Behalve Matthijs Straalman. Die wilde er eerst nog een nachtje over slapen. De dag daarop verklaarde Straalman dat het erkennen van de Amerikaanse onafhankelijkheid hem erg gevaarlijk leek. Hij wilde daarom dat het Amsterdamse besluit zou vermelden dat ontvangst van Adams geenszins erkenning van de onafhankelijkheid van Amerika betekende. Bicker en de andere democratische hervormers stonden versteld, want daar ging het nou juist om; en hoe kon je de afgevaardigde erkennen, maar niet het land dat hem had afgevaardigd?

Niet mee eens
Toen iedereen in de raad een maand of twee later tegen een vredesvoorstel van Engeland stemde, was alleen Matthijs Straalman het daar niet mee eens, noteerde Bicker. En de berechting van een landverrader door de Staten van Holland? Iedereen was vóór, behalve Matthijs Straalman. Op 14 augustus keurden alle Amsterdamse raadsleden een akkoord met Frankrijk goed. Alleen Matthijs Straalman oordeelde het “te prematuur”. Hij wilde daarover graag zijn “disconsent” laten aantekenen bij het besluit. Volgens de hervormers, de patriotten, behoorde zo’n speciale aantekening inderdaad tot zijn rechten, maar ze wezen hem erop dat hij daarvan niet lichtvaardig gebruik moest maken. Matthijs Straalman liet zich voor deze keer overhalen. Maar niet zonder zich het recht voor te behouden op ieder moment naar eigen goeddunken een aantekening van zijn “dissentieerend gevoelen” te laten maken.

Oranje
Wie was deze nee-stemmer en – in de aantekeningen van Bicker – bijna lachwekkende figuur? Matthijs Straalman was in 1748 bij een ingreep van de Oranje-stadhouder in het Amsterdamse stadsbestuur benoemd tot de raad. Toen de Amsterdammers een paar jaar later een verbond sloten om voortaan de belangrijkste posten in de stad zonder inmenging van de stadhouder te verdelen, weigerde Matthijs Straalman zich tegen Oranje te keren. Hij bleef wel in de raad, want die benoeming was voor het leven, maar maakte zo geen kans meer om nog burgemeester te worden. Met de komst van de uitgesproken anti-Oranjegezinde patriotten had Straalman het er niet gemakkelijker op gekregen. Zo bezien zou je bijna bewondering voor hem krijgen, zoals hij – in 1782 al zo’n 34 jaar – in zijn eentje tegen de stroom in bleef vasthouden aan zijn principes. En terwijl veel raadsleden regelmatig verstek lieten gaan, lijkt Straalman bij vrijwel iedere vergadering aanwezig te zijn geweest. Om tegen te stemmen.

Deftige wijze
Nadat er in 1787 een einde was gekomen aan de hervormingen van de patriotten benoemde de stadhouder Matthijs Straalman toch nog tot burgemeester. Toen de revolutionairen acht jaar later met steun van Frankrijk alsnog de overhand kregen, was het Matthijs Straalman die het gezag over Amsterdam aan hen overdroeg – met dank voor de deftige wijze waarop de omwenteling zich voltrok. Daarna trok hij zich terug uit de politiek, om zich op hoge leeftijd nog tot dichter te ontpoppen. Zijn specialiteit was het vertalen van Franse treurspelen.

 

 

Afbeelding: detail van een portret van Matthijs Straalman door Jan Kobell in het Rijksmuseum Amsterdam.

Jan Bernd Bickers aantekeningen van de vergaderingen van de Amsterdamse raad – de vroedschap – over de jaren 1782-1783 zijn te vinden in het Stadsarchief Amsterdam, in het archief van de familie Bicker, toegangsnummer 195, inventarisnummer 295.

Advertenties

1 reactie

  1. Pingback: Merkwaardig (week 40) | www.weyerman.nl

Reacties zijn gesloten.