Geschiedenis

Valse oproep

Het briefje was niet ondertekend, maar het riep alle “weldenkende” Amsterdammers uit naam van de bestuurders van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen op om woensdag 4 juni 1794 een “ernstige poging te doen ter bevordering van vrijheid en gelijkheid”. Daarom moesten ze ’s avonds om negen uur, “zoo veel moogelijk gewapend”, naar de Westermarkt komen. Toen het briefje de bestuurders van het Nut onder ogen kwam, schrokken die flink. Zij hadden niets te maken met het bericht, dat zo goed als een oproep tot revolutie was. Tijdens werk aan het archief van het Amsterdamse departement van het Nut kwam ik een afschrift van het valse bericht tegen, met de reactie van de bestuurders.

Kritisch nadenken
De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen was tien jaar eerder opgericht in Edam, en had intussen twee departementen in Amsterdam. Het Nut stelde zich tot doel het welzijn van het volk te bevorderen door mensen betaalbaar onderwijs aan te bieden, en andere mogelijkheden om zich te ontplooien. Dat verlichtingsideaal – de ‘gewone’ mensen scholen en kritisch leren nadenken – paste bij dat van de patriotten, die in de jaren tachtig van de achttiende eeuw democratische hervormingen nastreefden. De eerste secretaris en medeoprichter van het Nut, de arts Martinus Nieuwenhuijzen, was dan ook in de zomer van 1787 van Edam naar Amsterdam verhuisd, waar het stadsbestuur overwegend patriotsgezind was. Al in oktober van datzelfde jaar 1787 waren de patriotten uit het stadsbestuur verdreven door Pruisische troepen die de conservatieve Nederlandse stadhouder Willem V te hulp waren geschoten. Maar in 1794 staken revolutionaire ideeën over vrijheid en gelijkheid weer steeds vaker de kop op in Amsterdam.

Drie commissies
Vanuit de vergadering van 26 mei schreef de secretaris van het eerste Amsterdamse departement van het Nut “in haast” een brief aan het tweede departement. De bestuurders hadden een commissie benoemd die naar de hoofdofficier, David Elias, zou gaan om hem op de hoogte te stellen van de valse oproep. Ze vroegen het tweede departement ook een commissie samen te stellen. Dan konden ze twee dagen later samen met óók nog een commissie van het hoofdbestuur vanuit het vaste vergaderlokaal van het Nut, het logement het Wapen van Embden aan de Nieuwendijk, naar de hoofdofficier trekken.

Verboden
Hoofdofficier David Willem Elias stond bekend als een fervent aanhanger van de behoudende politiek van de stadhouder. Niet lang daarvoor had hij nog een werk over de gelijkheid van alle mensen, gepubliceerd onder het pseudoniem Justus Batavus, verboden en alle niet-verkochte exemplaren in beslag laten nemen. Batavus had geschreven dat burgers het recht hadden om zelf hun regering te kiezen, en dat die regering dan ook verantwoording moest afleggen aan de burgers. Achter het pseudoniem ging misschien wel de dominee Bernardus Bosch schuil, die zelf actief betrokken was bij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Toch haastten de bestuurders van het Nut zich om hoofdofficier Elias te laten weten dat ze niet achter de oproep tot revolutie zaten die nu de ronde deed. Sterker nog: ze wilden hun verontwaardiging daarover delen en hem om bescherming vragen, schreven ze in de brief. Waren ze bang voor de gevolgen? Wilden ze duidelijk maken dat een gewelddadig oproer niet paste bij de beschavingsidealen van het Nut?

Revolutie
De revolutie kwam er ook nog niet, die 4de juni 1794. Maar een revolutionair comité bereidde hem wel al voor, in afwachting van troepen uit Frankrijk, waar de revolutie al in 1789 had plaatsgevonden. Diezelfde zomer begon de opmars van de Fransen in het zuiden van Nederland. Op 19 januari 1795 bereikten zij Amsterdam en kon op de Dam onder het motto ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ de nieuwe Bataafse Republiek worden uitgeroepen. Het Nut werd toen de Bataafsche Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Hoofdofficier Elias verloor zijn baan. Maar toen Nederland zich in 1813 weer ontdeed van de Fransen werd David Elias burgemeester van Amsterdam.

 

De brief is te vinden in het archief van het Amsterdamse departement van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen in het Stadsarchief Amsterdam, toegangsnummer 323, inventarisnummer 100.

Advertenties